16-04-2024

Kunstraat en onderzoek op hygiënisch gedrag

Kleine cellen broednest en grote cellen honingkamer

Regelmatig krijg ik via het Blog vragen over het gebruik van kunstraat in de honingkamers in combinatie met kleine cellen (5,1 of 4,9 mm) in de broedkamer(s). Van nature bouwen de bijen een variabele celmaat. De kleinste cellen bouwen ze centraal in het broednest en naar boven toe worden de cellen groter voor de honingopslag. 

Imkers met korven of andere kasten met natuurbouw meten in de regel 5,1 mm in het broednest en 5,3 en 5,4 in het honingdeel. Je kunt dus na de overgang van de standaard kunstraat van 5,4 mm naar 5,1 mm gewoon je oude ramen in de honingkamers blijven gebruiken. Het gebruik van uitgebouwde cellen in de eerste honingkamer verschaft de haalbijen direct opslagruimte voor de nectar. Dat houdt het broednest vrij van nectar. Overigens wordt de nectar overdag wel tijdelijk opgeslagen in het broednest nadat de huisbijen de lading nectar overgenomen hebben van de haalbijen, maar in de nacht wordt het weer naar boven verplaatst. Ten tijde van het plaatsen van de tweede honingkamer zijn er al meer jonge bijen geboren en kunnen ze nu snel kunstraat uitbouwen. 

Broedonderzoek op detectie van zieke poppen

Voor meer ervaren imkers een toelichting op de pintest: werksterbijen krijgen hun eigenschappen via de moer en de darren waarmee de moer vorig jaar of nog eerder gepaard heeft. Ik blijf het altijd een wonderbaarlijk natuurverschijnsel vinden, dat het sperma van al lang overleden mannetjes voortleeft in het lichaam van een vrouwtjesdier, onze koninginnen. De mannetjes kunnen nog jaren kinderen verwekken, terwijl ze zelf dankzij de overdracht van hun sperma het loodje hebben gelegd. Ze verlengen met hun daad de overerving van hun genen ten koste van hun eigen leven. 

De eigenschappen van onze bijenvolken hebben dus een variabel karakter vanwege de vele vaders, maar ook vanwege de variatie in eigenschappen van de koningin. Eigenschappen, die niet aanwezig zijn, vind je niet terug in de nakomelingen. Wel kunnen eigenschappen, die in geringe mate voorkomen, omdat bijvoorbeeld slechts één of twee vaders deze eigenschappen bezitten, eruit gelicht worden of worden versterkt. Je kunt bijvoorbeeld de mate waarin een volk algemeen hygienisch gedrag vertoont, proefondervindelijk vaststellen met de pintest. Deze eigenschap is van belang voor de bijengezondheid.

Zes teeltmoervolken heb ik afgelopen week onderworpen aan de pintest. Na zes uur zie je het volgende beeld ontstaan van het geopende en het deels geruimde broed:  

Volken met een hoge algemene hygiene zullen niet getroffen worden door een uitbraak van kalkbroed, EVB of AVB. Domweg omdat de bijen de minste geringste afwijking van het broed detecteren en opruimen. Zodat de besmetting met de viussen, schimmels of bacterien in de kiem wordt gesmoord. Bij de pintest worden 50 poppen aangeprikt tot de middenwand met een insectennaald nummer 2 (naalden om bijvoorbeeld kevers en vlinders op te zetten). Na 6 uur wordt de mate van detectie vastgesteld aan de hand van de opengemaakte cellen. Meestal zijn dan ook al veel cellen uitgeruimd. Bij een goede hygiene zullen meer dan 90% van de cellen volledig open gemaakt zijn en deels geruimd. 

Volken met een slechte hygiene maken slechts weinig of geen cellen open. Met deze test kun je bij meerdere P-moeren (teeltmoeren) de moeren met de beste eigenschap op dit vlak selecteren. 

Deze eigenschap correleert echter niet met de specifieke Varroa Sensitieve Hygienische eigenschappen (VSH). Blijkbaar zijn hiervoor verschillende genencombinaties van belang. Varroa Sensitieve Hygiene wordt getoetst met o.a. de Harbo-test, daarover later meer. 

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

 

Deel dit bericht

Reacties

  • Johannes

    16-04-2024 om 14:23

    Beste Ben, je blog volg ik met plezier. Je goede uitleg, maar zeker ook de antwoorden op vragen vind ik zeer waardevol. Juist die antwoorden wil ik soms terug zien. Is er een makkelijkere manier, in plaats via de mail zoeken, om snel terug te bladeren naar 3 of 4 eerdere blogs. Je antwoorden zijn soms net zo leerzaam als het geplaatste blog. (b.v. van P- naar F1- moer).

    Dag Johannes, via de NBV homepage kun je op Bijenblog klikken en daar staan de blogberichten op ouderdom onder elkaar. Daar kun je dus doorheen scrollen. Je moet dan wel het kopje nog weten. Anders stel je de vraag maar nogmaals. Groet, Ben

  • Jonah

    17-04-2024 om 15:36

    Dag ben,

    De bijen hebben al een enkele tijd de 2e HK (kunstraat) gekregen en zijn er pas sinds afgelopen zondag in gaan bouwen op 6-7 ramen. Als de bezetting volledig lijkt, dan toch maar een 3e plaatsen? Ik moet toch kijken deze week aangezien er vorige week 12 doppen aanwezig waren.
    Groetjes Jonah!

    Dag Jonah, bereid je maar voor op het maken van een vlieger/veger of broedaflegger met die 12 zwermcellen vorige week. Gewoon ingrijpen. Mits het goed vliegweer is, is een vlieger of veger een goede definitieve oplossing. Dan hoef je ook geen extra hk te geven, omdat er een deel van het volk verhuist. Groet, Ben

  • Jonah

    17-04-2024 om 21:18

    Dag Ben,

    Dankjewel! Ik denk dat ik een broedaflegger ga maken deze week. Deze wil ik graag een raam 5.1 kunstraat meegeven. Ik imker met Segeberger 11 ramers, moet ik hierbij de raatafstand nog verkleinen? Ik vermoed dat deze al 35mm is. Zo ja, hoe kan dat het beste?

    Groetjes Jonah!

    Ha Jonah, met 11 ramen zit je inderdaad op 35 mm hoh. Dat is goed. Hang je kunstraat 5,1 direct tegen het broed aan en verwen de broedaflegger met 2,5 kilo suikerdeeg. Een raam voer met daarin ook stuifmeel is ook belangrijk. Laat ze vervolgens 3,5 tot 4 weken met rust. Daarna de nieuwe moer checken. Groet, Ben

  • Kris

    18-04-2024 om 08:43

    Beste Ben,
    Even een heel andere vraag: Vorige week vrijdag heb ik een zwerm gehad.Ik heb die kast niet op een dop gezet. Nu nadert het moment om doppen te breken maar is het eigenlijk te koud om de kast in te gaan. Wat is uw advies: a. Toch doppen breken anders komt er een nazwerm of b: Geen doppen breken, want het is toch te koud voor een nazwerm. De Q's zoeken nu zelf wel uit wie er overblijft. Hoor graag. Mvrgr, Kris

    Dag Kris, lastige afweging. Indien het volk in je achtertuin staat, zou ik dagelijks gaan luisteren naar tuter en kwakers. Zodra je die hoort, zou ik de kast openen en kijken op het 1e en 2e raam met doppen of ze al open gebeten zijn. Zo ja, de kast sluiten. Zo nee, alle ramen checken en doppen openen.

    Staat de kast verder weg, dan zou ik de kast toch openen op de 13e dag, want de kwakers kunnen dagen in hun cel blijven wachten op beter weer. De werksters bepalen namelijk of de tuter wel of niet mag ingrijpen op de zusterkoninginnen. Groet, Ben

  • Sander

    18-04-2024 om 19:18

    Ha Ben,

    Wat en grappig bericht hierboven, over de koninginnen die wachten in de cellen terwijl ze 'rijp' zijn. Is dit ook zo bij een volk wat zwermstemming heeft door overbevolking (dus een bevruchte moer)?En de kwakers, eorden deze koninginnen wel gevoerd? Is het dan ook zo, dat de koninginnen wachten met uitlopen, voordat de voor of nazwerm vertrokken is, en dus ook een paar dagen wellicht kunnen wachten op beter weer?

    Interessant, heb dit nooit geweten.

    Groet,
    Sander

    Ha Sander, de moederkoningin is zeker ten opzichte van haar dochters verdraagzaam. Bij een stille wissel kunnen ze samen blijven werken. Vooral het volk, de werksters, bepalen wat de tuter wel en niet mag doen. De werksters bepalen in hoeverre de tuter de kwakers mag doodsteken of niet. Dus los van de weersomstandigheden gebeurt er van alles, vooral beïnvloedt vanuit de werksters. De moeren lijken een onderschikkende rol te hebben. Groet, Ben

Uw reactie

Vink onderstaand controlevakje aan tegen spamrobots

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch een e-mail ontvangen zodra Ben Som de Cerff een nieuw blogbericht heeft geplaatst?
Meldt u zich dan hier aan.